Soms hoef je verbondenheid niet uit te leggen.
Je hoeft het alleen even te ervaren.
Hoe laat je kinderen van groep 3 tot en met 8 verbondenheid zien, voelen en ervaren?
Voor een nieuwe HVO-les stel ik me vooraf alle groepen voor. Hoe zullen ze reageren? Waar zullen ze enthousiast van worden en waar haken ze misschien af? Die voorbereiding helpt me om tijdens de les flexibel in te spelen op wat er in de groep gebeurt. En juist dat maakt het werken als HVO-vakleerkracht zo bijzonder: dezelfde les verloopt in iedere groep weer anders.
Voor een les over verbondenheid was het eerste hoofdstuk uit De toverclub van Evelien Pullens mijn uitgangspunt. Wat betekent verbondenheid eigenlijk? Met wie voel jij je verbonden? Kunnen dingen met elkaar verbonden zijn? En kan een simpel draadje kracht hebben?
Elk kind mocht ongezien een draadje wol uit een mand pakken. Sommige kinderen hielden het wat onwennig vast. Anderen bekeken hun draadje kritisch of genoten juist van de zachtheid. Daarna las ik het hoofdstuk voor.
Langzaam veranderden de gezichten. Handen die eerst wat achteloos met het draadje speelden, hielden het steviger vast. Zelfs in groep 8, waar ik vooraf misschien wat desinteresse had verwacht, werd het muisstil. Het draadje had betekenis gekregen.
Na het voorlezen mochten de kinderen opnieuw een draadje pakken, dit keer met hun ogen open. Samen maakten we er een geweven kleedje van. Van ieder kind moest minstens één draadje in het geheel terechtkomen. Maar welk draadje kies je?
Toen we het resultaat bekeken, gebeurde er iets bijzonders. De draadjes die over waren, werden niet zomaar teruggelegd. Ze werden gekoesterd en kregen een nieuwe bestemming.
‘Juf, wij willen verbonden zijn.’
‘Mogen we nog een draadje om samen te vlechten?’
‘Mogen we delen? Haar draadje is zo klein.’
En toen vroeg een kind: ‘Juf, mag ik samen met jou een armbandje maken? Want jij hoort ook een beetje bij mij, toch?’
Maar het meest bijzondere gebeurde tussen twee kinderen, zij hadden de week ervoor flinke ruzie gehad. Nu wilden juist zij samen met één draadje verbonden zijn. Toen ik het draadje vastknoopte en het daarna symbolisch wilde doorknippen, wilden ze dat niet, ze gingen zo terug naar de klas. De juf kwam later nog even vragen wat er was gebeurd. ‘Ze waren zo gezellig samen.’
Misschien hoef je verbondenheid niet altijd uit te leggen. Soms moet je de dingen even loslaten en ruimte geven aan wat er kan ontstaan.
Ook vier vrienden vonden hun eigen manier om hun verbondenheid te laten zien. Ze vroegen of ik een foto van hen wilde maken, terwijl ze elkaars handen vasthielden.
Even was er geen verschil tussen kleuren, jongens en meisjes, wie bij wie hoort of wie er ruzie had.
Gewoon verbondenheid.
En misschien is dat wel de mooiste kracht van HVO: kinderen de ruimte geven om samen te onderzoeken, te ervaren en zelf te ontdekken wat iets voor hen betekent.
Door HVO-vakleerkracht Miranda Vos.