Soms begint een gesprek over homoseksualiteit met een grapje. Een ongemakkelijke lach. Een leerling die iets roept. Een ander die stil wordt.
Ook onze HVO-vakleerkrachten merken dat het gesprek over homoseksualiteit niet altijd gemakkelijk is. En dat het vieren van Paarse Vrijdag regelmatig meer weerstand of ongemak oproept dan voorheen.
Deze week kwamen daar cijfers bij die onderbouwen wat we in de praktijk ervaren. Uit nieuw onderzoek blijkt dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren sterk is gedaald. Onder jongens van 12 tot 16 jaar heeft nog maar 22% geen probleem met homoseksualiteit. Bij meisjes is dat 51%. Ook denken minder jongeren dat een homoseksuele of lesbische klasgenoot op school open kan zijn over wie die is.
Juist wanneer een gesprek moeilijk wordt, kan het verleidelijk zijn om het uit de weg te gaan.
Gelijkwaardigheid is een belangrijk uitgangspunt binnen het humanisme. Wie je bent, waar je vandaan komt, op wie je verliefd wordt of hoe je je leven vormgeeft, doet niets af aan je waarde als mens.
In HVO vertellen we kinderen niet wat ze moeten denken. We leren ze vragen te stellen, hun eigen mening te onderzoeken en ruimte te geven aan de mening van een ander.
Waarom vind ik hier eigenlijk iets van?*
Waar komt mijn mening vandaan?*
Kan ik luisteren naar iemand die anders denkt?
En wat betekent gelijkwaardigheid als we het niet met elkaar eens zijn?
Dat gesprek kan schuren. En juist bij HVO is er ruimte om dat schuren niet uit de weg te gaan, maar het gesprek zorgvuldig te begeleiden.
Want gelijkwaardigheid krijgt pas werkelijk betekenis wanneer we haar ook onderzoeken op momenten waarop verschillen zichtbaar worden en gaan schuren.
Daarom blijven we het gesprek voeren. Met nieuwsgierigheid, met aandacht en met ruimte voor verschillende standpunten.
Zodat ieder kind kan ervaren:
Ik mag zijn wie ik ben. En jij ook.
Door Evelien Geerdink, HVO-vakleerkracht en regiomanager