Verbondenheid was het thema in een van mijn groepen.
A. (9 jr) vertelt dat haar gezin niet meer verbonden is, omdat papa en mama zijn gescheiden. “De ene week woon ik bij papa in een nieuw gezin, en de andere week woon ik bij mama”.
Er gaat een vinger de lucht in van F., ze heeft een vraag voor A. “Wil je een vraag?” vraag ik haar. Dat vindt ze goed.
“Moet je er nog om huilen?”, vraagt F.
A. vertelt dat ze er nog steeds verdrietig om is en vaak moet huilen, op dat moment wellen de tranen in haar ogen. Ik heb even een uitwisseling met haar; oogcontact, een check of ze ok is, een knikje…
Naar aanleiding van deze vraag over huilen, merk ik dat er meer kinderen zijn die iets willen zeggen:
“Huilen is ook wel gezond, de tranen moeten er een keer uit, dan lucht het op”, zegt J.
“Huilen kan ook pijn doen”, zegt M, “als ik huil doen m’n ogen soms pijn”.
R. vertelt dat hij niet mag huilen van zijn vader. “Als ik toch tranen heb, zegt papa altijd “stop daar mee, hou op”. Op de vraag “lukt dat?” laat hij zien hoe hij met zijn arm/mouw de tranen uit zijn ogen wegveegt…
L. vertelt als zij moet huilen dat haar vader haar bij zich neemt, tegen hem aan laat zitten, zijn arm om haar heen slaat en “door papa’s rustige ademhaling word ik ook rustig”.
In verbondenheid, door tranen, verdriet, delen, vragen, luisteren en zijn.
Door Silvie Ratten, HVO vakleerkracht