Ik wil niet naast haar zitten

De kinderen komen binnen en kiezen een plek in de kring.

Boos gezicht, armen stevig over elkaar, zo zit N. erbij.
“Ik zie dat je boos bent, klopt dat?”
“Ja, ik wil niet naast haar zitten”.
“O?” zeg ik. “Ik vind haar niet aardig” zegt hij.

Vertel eens.

N. vertelt dat er iets was gebeurd in de pauze, tussen V. en hem. Dat was het, hij wil er verder niet echt iets over zeggen.

Ik check even hoe V. erbij zit; voor haar is het goed zoals het is.

“Wie herkent dat, dat je soms iemand even niet aardig vindt? vraag ik. “Mag je iemand niet aardig vinden? Of moet je iedereen aardig vinden? Hoe denken jullie daarover?”

Zo ontstond er een gesprek. Ik begeleid en stel af een toe een vraag.

“Jullie zitten natuurlijk wel de hele dag met elkaar in de klas” zeg ik.
“Hoe doe je dat dan als je kinderen niet aardig vindt? Is het erg als iemand jou niet aardig vindt?
Kun je eigenlijk wel naast iemand zitten die je niet aardig vindt? Wie vindt dat lastig? Wie van jullie kan dat? Hoe doe je dat dan?”

Ik richt me weer even tot N. die er inmiddels meer ontspannen bij zit, “heb je iets gehoord wat jou zou helpen? Wil je ergens anders zitten, of wil je het toch even op deze plek proberen, wat zou je willen?”

Hoe doe je dat toch kind (mens) zijn temidden van andere kinderen (mensen)?

Dat is wat we onderzoeken, ontdekken en oefenen. En daar kun je het dus best over hebben met elkaar.

Door Silvie Ratten, HVO vakleerkracht

Impact & verhalen

Bekijk alles

Gebeurtenissen en emoties

Kinderen leren bij de HVO les niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun hart en handen. Vanuit waarden als zelf nadenken, gelijkwaardigheid en…
Lees meer