vorming
 
HVO
vorming
Humanisme en humanistiek
HVO
vorming
humanistisch vormingsonderwijs 
levensbeschouwing
onderzoek en literatuur 
evenementen en projecten 
lesmateriaal 
Auteur: drs. M.C. Otten
 

Dit artikel tracht een antwoord te geven op de vraag waar humanisme als levensbeschouwing voor staat. Een levensbeschouwing (godsdienstig of niet-godsdienstig) kan omschreven worden als een meer of minder systematische en dynamische weergave van de inzichten en uitgangspunten van een levensovertuiging[1]. In dit artikel zal dus een weergave worden gegeven van de inzichten en uitgangspunten die een humanistische levensovertuiging kenmerken. Die inzichten en uitgangspunten zijn gebaseerd op een aantal pijlers.

 

Humanistische pijlers

Over de pijlers van humanisme kan men moeilijk spreken. De humanistische tradities herbergen namelijk een verscheidenheid aan lijnen, accenten, inhouden en vormen. Dit heeft alles te maken met het feit dat er binnen humanisme geen sprake is van een stichter en lange tijd geen sprake is geweest van een (vastomlijnde) organisatie. Pijlers waarop de humanistische traditie gebaseerd zijn, kunnen slechts achteraf worden geconstrueerd op basis van wat nu binnen de humanistische beweging van belang wordt geacht. In die reconstructie is humanisme allereerst een moreel en politiek streven naar een meer humane samenleving, 'een samenleving waarin vrijheid, gerechtigheid, verdraagzaamheid, eerbied voor de menselijke waardigheid centraal staan' (Beginselverklaring Humanistisch Verbond, 1973). Daarnaast is humanisme een esthetisch streven: de kunst om de mooie, fijnzinnige en aantrekkelijke kanten van het menszijn te ontwikkelen. Het begrip levenskunst wordt hiermee ook wel geassocieerd.

Eigelijk is humanisme pas sinds de achttiende eeuw een levensbeschouwing. Die levensbeschouwing wordt dan met name gekenmerkt door het beroep op menselijke vermogens om het leven en de wereld te begrijpen en als zinvol te ervaren. Gedachten over de wil, de openbaring of het bestaan van een god en religieuze praktijken worden daarbij geïnterpreteerd als van menselijke oorsprong. Ook wordt humanisme als levensbeschouwing gekenmerkt door  het vertrouwen, dat mensen in de omgang met anderen de moed en inspiratie vinden om de hogere mogelijkheden van het menszijn ('humanitas') te ontplooien[2].
Humanisme wordt kortom gekenmerkt door:
1 - de voortdurende bereidheid zich in denken en doen naar normen van redelijkheid en zedelijkheid te verantwoorden;
2 - de helpende zorg voor de medemens om hem in staat te stellen zich te ontplooien tot een volwaardig bestaan in zelfbestemming;
3 - het streven naar een samenleving waarin vrijheid, gerechtigheid, verdraagzaamheid, eerbied voor de menselijke waardigheid en medemenselijkheid centraal staan[3].

Een nadere uitwerking van het moderne humanisme

Jaap van Praag (1911-1981), een van de oprichters van het Humanistisch Verbond (1948), heeft zijn ideeën over humanisme tegen het eind van zijn leven gesystematiseerd in zijn boek 'Grondslagen van Humanisme' (1978). In dat boek omschreef Van Praag tien kenmerken die volgens hem karakteristiek waren voor het mens- en wereldbeeld van de humanist.

De vijf kenmerken van het humanistische mensbeeld worden hieronder kort besproken. Ten eerste natuurlijkheid: mensen zijn onverbrekelijk verbonden met de natuur. Mensen komen voort uit de natuur en kunnen zonder die natuur niet leven. Ten tweede verbondenheid: de mens is een sociaal wezen. Hij of zij is in staat en geneigd zich met anderen verbonden te voelen. Als derde gelijkheid: de humanist vindt vanuit die verbondenheid de overeenkomsten tussen mensen zwaarder wegen dan de verschillen. Verschillen in sekse, ras, leeftijd of cultuur zijn nooit zo diepgaand dat ze sociaal contact uitsluiten. Ten vierde vrijheid: mensen hebben de vrijheid om keuzes te maken. En als laatste kenmerk redelijkheid: de mens heeft het vermogen redelijke oordelen te vormen, onderscheid te maken tussen goed en kwaad.

De vijf kenmerken van het humanistische wereldbeeld worden hieronder ook kort omschreven. Ten eerste ervaarbaarheid: de mens ontleent al zijn kennis over de wereld aan zijn zintuigen. Ten tweede samenhang (tussen mens en wereld): de wereld bestaat alleen in samenhang met de mens, de mens kan alleen iets zeggen over de wereld die hij waarneemt. Over een god bijvoorbeeld kan de mens niets stelligs zeggen. Het derde kenmerk is volledigheid: de kennis die de mens over de wereld ervaart via zijn zintuigen, is ook het enige wat hij kan weten. De humanist erkent geen geopenbaarde kennis die alleen op gezag berust. Ten vierde toevalligheid: de wereld heeft geen innerlijk doel. Humanisme staat hierin tegenover de godsdiensten, die er wél van uitgaan dat er in de wereld een hogere zin aanwezig is. En als vijfde en laatste kenmerk dynamiek: mens en wereld veranderen voortdurend. De mens ontwikkelt zich steeds.

Wie beginselverklaringen van humanistische organisaties leest, kan daarin vaak de criteria van Van Praag herkennen. Zo luidt de beginselverklaring uit 1973: ‘Het humanisme is een levensovertuiging die probeert leven en wereld te begrijpen uitsluitend met menselijke vermogens. Het acht wezenlijk voor de mens zijn vermogen tot onderscheidend oordelen, waarvoor niets of niemand buiten hem/haar verantwoordelijk kan worden gesteld[4].'
Het is overigens belangrijk te vermelden dat Van Praag de door hem geformuleerde postulaten altijd als voorlopig heeft gedefinieerd. Kritische reflectie, beïnvloeding door andere levensovertuigingen of -ervaringen maken het altijd mogelijk deze postulaten te hergroeperen of bij te stellen. Het spreken in absolute zekerheden druist ook in tegen de geest van het humanisme. Toch zijn bovengenoemde kenmerken (ook wel postulaten genoemd) binnen de Nederlandse humanistische beweging lange tijd als richtinggevend kader beschouwd. De laatste jaren is de centrale positie van deze postulaten wat minder geworden (zie ook de paragraaf over postmodern humanisme)[5].

Een humanistische traditie?

In de geschiedenis van de mensheid kan er, vanuit het standpunt van de hedendaagse humanist, een rode draad worden ontwaard in het menselijk denken: een afnemend geloof dat goden de leidende macht in de wereld zijn en dat ook de mens daar dus van afhankelijk is; en parallel daaraan, een toenemend appreciëren van de mogelijkheden die in de mens zelf liggen. Vanuit dit gezichtspunt gaat het humanisme ver terug, ook al is het woord 'humanisme' nog niet zo oud. Want al in de Oudheid waren er mensen die de waarde van de mens hoog stelden en ideeën uitspraken die we nu humanistisch zouden noemen.

Zo wordt Socrates (469-399 v. Chr.) beschouwd als een van de aartsvaders van het humanisme. Hij liet mensen zelfstandig nadenken over hun eigen waarden en normen, waarbij de rede een centrale rol speelde. Enkele eeuwen daarna waren het de Stoïcijnen die veel hebben bijgedragen aan het ontwikkelen van humanistisch gedachtegoed. In hun optiek waren alle mensen gelijk, zelfs slaven en 'barbaren'. Ook hun opvatting dat de mens moet leven in overeenstemming met de rede en de natuur (die volgens dezelfde rede was geordend), is overgenomen door latere humanisten. Een van deze Stoïcijnen, de Romeinse redenaar, filosoof en politicus Cicero (106– 43 voor Chr.), bepleitte humanitas, letterlijk 'menselijkheid' ofwel 'beschaafdheid' . Het begrip humanitas is later een van de kernwoorden van het humanisme geworden.

Het is altijd de vraag in hoeverre denkers uit het verleden met terugwerkende kracht tot een humanistische traditie gerekend kunnen worden. Dit geldt voor denkers uit de Westerse filosofische traditie en vanzelfsprekend niet minder voor denkers uit de Oosterse filosofische traditie. Met die kanttekening kunnen een aantal oosterse filosofen uit dezelfde periode tot een humanistische traditie worden gerekend. Voorbeelden daarvan zijn Confucius, Lao-tse en Boeddha. Wat deze denkers delen, is een beschouwing van mens en wereld vanuit primair menselijke ervaring[6].

In de middeleeuwen zijn er weinig denkers te ontdekken die in onze ogen humanistische opvattingen tentoonspreiden. Het christendom, waarbij de filosofie in dienst staat van de theologie, deed zijn invloed sterk gelden. Pas in de veertiende eeuw zijn er weer mensen te traceren - het eerst in Italië - die we humanistisch kunnen noemen. Ze nóemden zich zelfs humanisten, maar dat woord betekende toen nog iets anders dan nu: namelijk iemand die de Latijnse en Griekse letterkunde bestudeert. Deze humanisten hadden grote bewondering voor de antieke filosofen, toneelschrijvers, wetenschappers, historici, veldheren en politici. Via deze ‘antieken’ deden deze renaissancehumanisten klassiek-humanistische ideeën op en kregen ze besef van de krachtige eigen mogelijkheden van de mens.

De periode van de Renaissance (letterlijk wedergeboorte) is ook wel eens gekarakteriseerd als 'de ontdekking van de mens en van de wereld’. Die ontdekking vond zowel plaats in de vorm van ontdekkingsreizen, als in de vorm van onderzoek naar allerlei bronnen. Daarbij stond de dialoog centraal. Alle opvattingen (zowel uit Arabische, klassieke, joodse als christelijke geschriften) maakten deel uit van ‘de Waarheid’ en dienden met elkaar in dialoog te staan[7]. Een van de meest sprekende voorbeelden van deze ‘humanistische’ opvatting betreft het stuk Over de menselijke waardigheid van Pico della Mirandola[8]. Zoals uit de beschrijving van de dialoog blijkt, is in dit ‘humanisme’ nog geen sprake van een antigodsdienstig element. Na verloop van tijd verspreidde het Italiaanse humanisme zich over West-Europa. Nederlandse vertegenwoordigers van dit ‘Noordelijk Humanisme’ zijn Erasmus en Coornhert. Hun werken hadden een morele inslag en bepleitten tolerantie tegenover andersdenkenden. Met Montaigne (que je sais?)  wordt het einde van deze periode ingeluid.

Na de grote godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw volgt een periode die ‘De Verlichting’ wordt genoemd. Deze periode kan achteraf gezien worden als de opmaat tot het ontstaan van een ongodsdienstige humanistische levensbeschouwing. In Nederland was het de filosoof Spinoza (1632-1677) die als eerste de bijbel als mensenwerk zag. Hij was kritisch over de gangbare manier waarop mensen zich God voorstelden (als een persoonlijke god) en verwierp het idee van de onsterfelijkheid. Vanaf de zeventiende eeuw ontwikkelden - vooral in Frankrijk, Engeland en Duitsland - filosofen, natuurwetenschappers en schrijvers steeds meer ideeën die afweken van de overgeleverde christelijk-godsdienstige ideeën over hoe de wereld en de mens in elkaar zitten. De rede en empirie kregen in deze theorieën de overhand (onder andere bij Bacon, Descartes en Kant). Via het deïsme (God als horlogemaker die zich verder niet meer met het uurwerk bemoeit) leidde dat bij een aantal filosofen, waaronder Voltaire en Hume, tot agnostische of zelfs atheïstische overtuigingen.

In de negentiende eeuw is het de Duitse opvoedkundige Niethammer die het woord ‘humanisme’ voor het eerst gebruikt. In die omschrijving van het woord humanisme wordt ook het belang van ‘Bildung’ binnen de humanistische traditie (weer) benadrukt. Voor die Bildung wordt wederom teruggegrepen op de ‘klassieken'[9]. Naast een esthetisch en moreel streven komt in deze periode ook het emancipatoire streven naar voren. Zowel in Nederland als in andere West-Europese landen ontstond de vrijdenkersbeweging, voorvechters van een atheïstische levensbeschouwing en een van de voorlopers van het moderne humanisme. Deze vrijdenkers geloofden heilig in de moderne wetenschap en de macht van het verstand. Een van de bekendste representanten in Nederland was Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, 1820-1887), de schrijver van het boek Max Havelaar. De vrijdenkersbeweging had in Nederland nooit meer dan een paar duizend leden, meestal minder, en dat kwam voor een deel doordat ze zo fel antigodsdienstig waren en doordat ze door de overheid heftig bestreden werden. Sinds 1957 heet deze vereniging De Vrije Gedachte.

Tegelijkertijd met de opkomst van deze vrijdenkersbeweging kwamen ook andere emancipatiebewegingen op van zowel liberale als socialistische snit. Zowel de liberale als de socialistische beweging vertegenwoordigde elementen die we nu tot het humanistische gedachtegoed rekenen. Helaas liet de verzuilde Nederlandse maatschappij voor de tweede wereldoorlog een beweging die beide elementen in zich kon verenigen, moeilijk toe[10].

Humanisme sinds de tweede wereldoorlog

In de tweede wereldoorlog ontstond het besef dat een nieuwe humanistische beweging nodig was, die meer accent legde op het openstaan van mensen voor elkaars mening, respect voor elkaar, samen een maatschappij vormen ondanks onderlinge verschillen. Een belangrijke denker in deze periode was Jean Paul Sartre die met het existentialisme (het bestaan gaat aan het wezen vooraf) een grote invloed had op het humanisme in deze periode. De mens was in zijn optiek gedwongen vrij te zijn en daarom ook verantwoordelijk. Ook Bertrand Rusell had grote invloed: zijn filosofie kan als een humanistisch atheïsme gekenschetst worden.

Vlak na de bevrijding werden onafhankelijk van elkaar twee nieuwe humanistische organisaties opgericht. Eerst in mei 1945 Humanitas, dat zich ging bezighouden met praktische hulp aan mensen met problemen. Dat waren vooral ongodsdienstige mensen, die genegeerd werden door de kerkelijke organisaties. Dit maatschappelijk werk omvatte bijvoorbeeld kinderbescherming, ziekenbezoek, geestelijke ondersteuning van militairen. Een klein jaar later, in februari 1946, ontstond het Humanistisch Verbond (HV). Het richtte zich vooral op bezinning. Onder leiding van voorzitter Jaap van Praag richtte het zich op de strijd tegen het 'nihilisme', het verschijnsel dat veel mensen er geen bewuste normen en waarden op na hielden. Van Praag zag dit gebrek aan geestelijke ruggengraat als de hoofdoorzaak waardoor in de jaren '30 zovelen ontvankelijk waren geweest voor het fascisme. Het HV had en heeft trekken van een emancipatiebeweging waarbinnen zelfbeschikkingsrecht een centrale rol speelt.

Sinds de jaren '70 gingen ze echter enigszins ten onder aan hun eigen succes: humanistische waarden werden steeds meer gemeengoed in de samenleving, de invloed van de kerken brokkelde af, en het was niet langer een schande om 'goddeloos' te zijn. Maar als de hele maatschappij steeds meer humanistisch werd, waarom zou je dan nog lid zijn van een aparte humanistische organisatie die waarden verdedigde die door iedereen al lang geaccepteerd werden? Waarom vechten als er niets meer te vechten viel?

De laatste jaren is er steeds meer samenwerking tussen Humanitas, het Humanistisch Verbond en andere humanistische organisaties in Nederland gekomen. Er vindt regelmatig onderling overleg plaats en er is een federatie, de Humanistische Alliantie genaamd, opgericht . Naast HV en Humanitas zijn in Nederland in de afgelopen decennia tientallen andere humanistische organisaties ontstaan, vooral vanuit het Humanistisch Verbond, doordat taken die het HV eerst zelf verrichtte, later verzelfstandigd werden. Deze zijn vrijwel allemaal lid van de Humanistische Alliantie[11].

Postmodern humanisme

Het moderne humanisme heeft zich vanaf het midden van de negentiende eeuw meer en meer uitgekristalliseerd. Het is een humanisme dat zich kenmerkt door optimisme, vooruitgangsgeloof, rationaliteit, geloof in natuurwetenschappen en geloof in techniek en maakbaarheid van samenlevingen. Juist op deze kenmerken van dit humanisme, dat nauw verweven is met de noties van moderniteit, is met name de laatste drie decennia veel kritiek gekomen. Postmoderne denkers hebben vanuit verschillende invalshoeken de schaduwkanten van dit mens- en wereldbeeld laten zien.
Het centraal stellen van de Rede en Logos heeft geleid tot uitsluitingsmechanismen (ten koste van datgene en diegene die daar niet aan voldoet). Het humanisme, dat een soort levensbeschouwelijke legitimatie van dit denken biedt, is daar volgens verschillende denkers mede schuldig aan.
Kunneman erkent in zijn artikel ‘Humanisme in 2010’ dat het humanisme lijdt aan een bepaalde mate van bijziendheid. Die bijziendheid heeft met name betrekking op een overconcentratie op cultuur en geest en daarmee een verwaarlozing van arbeid, erotiek en zorg, een antropologie waarin vooral de communicatieve potenties van de mens benadrukt worden en geweld en machtsuitoefening genegeerd of als bijzaak beschouwd worden[12]. In een ander artikel geeft Kunneman een alternatief voor dit uitsluitende grote verhaal van het humanisme[13]. Dit alternatief noemt hij het kleine humanisme.

Het kleine humanisme heeft vier belangrijke kenmerken. In de eerste plaats doet het geen beroep op grote woorden, maar leeft het in kleine verhalen. In de tweede plaats doet het afstand van de misleidende tegenstelling tussen humanisme en religiositeit. In de derde plaats is het primair gericht op het praktische handelen, op zingeving en humaniteit in praktische contexten. Daarmee impliceert het tenslotte een nieuwe koers voor de humanistische beweging in ons land: het helpen ontwikkelen en voeden van normatieve contexten waarin mensen met zeer verschillende achtergronden en overtuigingen samen dingen kunnen doen die in moreel opzicht deugen - en die precies om die reden zin genereren en de hoop op een minder gewelddadige toekomst levend kunnen houden.
Wellicht ook dient het postmoderne humanisme vergeleken te worden met de mythe van Sisyphus, waarbij de steen telkens weer de helling afrolt, maar dat de activiteit van het duwen van de steen niet minder waardevol maakt. Wellicht ook dat het handelen in plaats van het denken meer centraal kan staan.

Stromingen binnen het humanisme

Zoals uit de bovenstaande beschrijving al naar voren is gekomen is het hedendaags humanisme rijk geschakeerd. Sommige humanisten bestrijden alle godsdiensten, omdat ze dat bijgeloof vinden. Als je meent dat er een hogere macht is die zich om de wereld bekommert, ontloop je volgens deze humanisten je eigen verantwoordelijkheden. Vrij onderzoek tegenover opgelegde dogma’s spelen hierbij een grote rol, evenals het existentialisme van Sartre. Voorbeelden van zulke humanisten zijn de vrijdenkers ('ik geloof niets alleen op gezag van anderen') en de rationalisten ('de rede en de natuurwetenschap zijn de geëigende instrumenten om de wereld te begrijpen'). Er zijn ook humanistische organisaties die zich richten op het bieden van een niet-godsdienstig alternatief voor de godsdiensten, bijvoorbeeld in de vorm van niet-godsdienstige plechtigheden (rituelen) bij belangrijke momenten in het menselijk leven, zoals geboorte, volwassen worden, huwelijk, overlijden. Naast atheïstische humanisten zijn er ook agnostische humanisten; zij laten in het midden of er zoiets als een hogere macht bestaat. Er bestaan ook religieus-humanisten. Religieus-humanisten staan open voor spiritualiteit, een gevoel van verbondenheid met de totale wereld, mensen en/of natuur. Zij geloven niet in een persoonlijke god, maar ervaren wel de mens als onderdeel van een ontzagwekkend kosmisch geheel, het heelal, de natuur. Anders gezegd: ze zijn niet godsdienstig, maar wel religieus.

Bovengenoemde humanisten, in al hun verscheidenheid, zou Kunneman scharen onder de term expliciete humanisten: diegenen die hun opvattingen en handelen zelf bewust als humanistisch omschrijven. Er bestaan volgens hem nog twee andere vormen van humanisme.
Ten eerste het impliciet humanisme, waarbij opvattingen en handelen eventueel door buitenstaanders als humanistisch kunnen worden betiteld maar waar de betreffende vertolkers of uitvoerders dat (bewust) niet doen. Een groot deel van de humanistische traditie bestaat ook uit dit impliciete humanisme en een groot deel van de Nederlandse bevolking blijkt dit humanisme aan te hangen.
Ten tweede het performatief humanisme; dit betreft volgens Kunneman alle vormen van praktisch handelen die expliciet humanistisch zouden kunnen worden genoemd, maar door de uitvoerenden anders zou worden genoemd. Daaronder zouden bijvoorbeeld bepaalde handelingen door kerken onder kunnen worden geschaard.
In Nederland wordt met name een pluriform humanisme onderschreven; een humanisme gericht op dialoog tussen humanisten onderling en met andersdenkenden.

Humanisme internationaal

Aanhangers van het humanisme vindt men op dit moment vooral in West-Europa. Er bestaat voorts een vrij groot aantal humanistische organisaties in de Verenigde Staten en in India, waaronder enkele heel grote. Ook elders in de wereld vindt men wel organisaties, maar die zijn over het algemeen zeer klein. De opvattingen van humanisme die men in deze organisaties aantreft, zijn zeer verschillend. Een pluriform humanisme, zoals in Nederland bij het HV, dat uitgaat van tolerantie, het goed recht van ieder om er eigen ideeën op na te houden zolang daar anderen niet door worden benadeeld, is typisch Noordwest-Europees. In de Scandinavische landen richten de humanistische organisaties zich vaak op het bieden van niet-godsdienstige alternatieven voor kerkelijke rituelen, zoals huwelijken, uitvaarten, geboortevieringen, e.d. Religieus getinte of geïnspireerde vormen van humanisme vindt men nogal eens in de Engelstalige landen. Een voorbeeld van zulke 'religieus-humanisten' is de Fellowship of Religious Humanists in de VS. Verwant zijn de 'ethisch humanisten', die vaak uit vrijzinnig-godsdienstige groepen zijn voortgekomen. Tegenover deze spirituele vorm van humanisme staat het rationalisme, het vaste vertrouwen op de rede en de natuurwetenschap, dat vooral in Noord-Amerika veel volgelingen trekt. Ook in India is deze stroming sterk.
Vrijdenkersorganisaties komen vooral voor in landen waar de kerken machtig zijn, bijvoorbeeld in Zuid-Europa, waar zij zich richten tegen de katholieke kerk. Maar ook in de VS en India zijn humanistische organisaties vaak veel feller antigodsdienstig dan in Nederland. In Oost-Europa is het humanisme ontstaan als reactie op het communisme en benadrukt(e) vooral de vrijheid en autonomie van het individu.
In landen als Egypte worden pogingen gedaan een humanistische vorm van de islam te ontwikkelen. Bekende voorvechters van een Islamitische variant van humanisme zijn Mohammed Arkoun en Abu Nasr Zaid. In Afrika en de VS vindt men vormen van 'vriendschaps'-humanisme die geen diepe theoretische onderbouwing hebben, maar zich richten op een goede sociale omgang tussen mensen.
Ongeveer 90 organisaties uit de hele wereld zijn verenigd in de International Humanist and Ethical Union (IHEU). Deze federatie werd in 1952 opgericht in Amsterdam, onder meer vanuit het Nederlandse HV[14]. De IHEU kent ook een jongerenorganisatie, de International Humanist and Ethical Youth Organization (IHEYO). Daarnaast bestaan er enkele kleinere internationale federaties van vrijdenkers- en humanistische organisaties, zoals de World Union of Freethinkers (WUF) en de International Association for Religious Freedom (IARF).

Enkele thema’s vanuit humanistisch perspectief bekeken

Hieronder wordt beschreven welke opvattingen en handelwijzen humanisten ten aanzien van een aantal (maatschappelijke) thema’s kenmerken. Deze opvattingen en handelwijzen vloeien voort uit de hiervoor beschreven pijlers en tradities die aan het humanisme ten grondslag liggen. Die tradities en pijlers zijn voor verschillende interpretaties vatbaar; vandaar dat binnen de humanistische beweging ook deels verschillende antwoorden op maatschappelijke vragen worden gegeven. Hieronder worden antwoorden waarover in grote mate overeenstemming bestaat, weergegeven voor verschillende terreinen.

Humanisme en godsdienst
De meeste humanisten geloven niet in een hogere macht. Ze willen niet zonder meer, alleen op gezag van anderen, beweringen aannemen. Humanisten willen zelf kunnen beoordelen of iets klopt. Dat betekent niet dat humanisten niet erkennen dat er méér is tussen hemel en aarde, dat er terreinen zijn waar de mens nog weinig van afweet. Er zijn geen twee humanisten die precies hetzelfde denken. Ook over godsdienst lopen de meningen binnen het humanisme sterk uiteen.
Sommigen, zoals de zogeheten 'vrijdenkers' en de 'rationalisten', bestrijden godsdiensten.  Zij leggen er de nadruk op dat godsdiensten in de praktijk vaak mensen beperken in hun mogelijkheden om zich als volwaardig mens te ontplooien. Een andere grote groep humanisten ziet voor zich persoonlijk niets in godsdienst, maar onderstreept ieders goed recht om daar anders over te denken. Er zijn ook mensen die tegelijk humanist én christen of islamiet of boeddhist zijn (het gaat dan wel om heel vrijzinnige stromingen). Ook bestaan er zogenoemde 'religieus humanisten'. Zij geloven niet in een persoonlijke god, maar ervaren wel de mens als onderdeel van een ontzagwekkend kosmisch geheel, het heelal, de natuur. Anders gezegd: ze zijn niet godsdienstig, maar wel religieus.

Omgang met medemens
De kern van humanisme is het hoog stellen van de waarde en de waardigheid van de mens, en dat betekent dat je als humanist zorgvuldig met alle mensen dient om te gaan, niet alleen met jezelf maar juist ook met anderen. Als humanist heb je niet alleen het recht je eigen persoonlijkheid te ontwikkelen, maar ook de plicht anderen daartoe de mogelijkheid te verschaffen. Humanisten vinden het onjuist als normen en waarden voortkomen uit angst voor straf. Zij horen van binnenuit te komen, vanuit je hart en vanuit je verstand. Niet van buitenaf opgelegd ('heteronoom'), maar van binnenuit gegroeid ('autonoom'). Humanisten wijzen erop dat je je veel beter aan regels zult houden wanneer je zelf ervan overtuigd bent dat die terecht zijn, dan wanneer je het alleen maar doet omdat je anders straf krijgt. Humanisten denken daarom zelf ook vaak na over de vraag wat 'een goed mens' is: hoe moet je je gedragen om in je dagelijks leven praktisch uiting te geven aan wat voor jou je humanistische uitgangspunten zijn?
Als sociaal betrokken mensen willen humanisten de verantwoordelijkheid voor het eigen handelen aanvaarden. Humanisten willen actief bruggen slaan naar mensen en groepen met andere levensbeschouwingen. Ze zijn een voorstander van een multiculturele samenleving mits die gekenmerkt wordt door een open dialoog, publiek debat en door praktisch handelen: zingevend, zorgend, ondersteunend, vormend[15]. Wellicht is juist ook wel het bijzondere aan ons menszijn de complexiteit in samenleven die we hebben gecreëerd. Wellicht is de rede die daarvoor nodig is, wel kenmerkender dan een rede die alleen uit is op individueel gewin en in ieder geval ook van belang. Humanisten vormen dan ook een kritische sociaalmorele beweging.

Milieu
Humanisten willen zich medeverantwoordelijk voelen voor de sociale en biologische omgeving. De samenleving, dus ook onze systemen van economie, techniek, staat en organisatie, moeten niet alleen menswaardiger, maar ook duurzamer gaan werken. Kwaliteit gaat voor kwantiteit, immaterieel voor materieel. Het motto van humanisten dient ‘duurzaam en matig’ te worden. Medeverantwoordelijkheid geldt vanzelfsprekend ook voor het welzijn van dieren. Humanisten wijzen industriële exploitatie van dieren af. Een duurzame levensstijl draait - in de 21e eeuw meer dan ooit - om kwaliteitsbewustzijn, consuminderen en onthaasting. Het 'goede leven' dient weer kansen te krijgen. 'Ontwerp- en productieprocessen van goederen en diensten moeten daarom voortdurend getoetst worden op hun sociale, ethische en milieueffecten.

Rituelen
In Nederland vinden veel humanisten dat je geen eigen alternatieven moet gaan invoeren voor christelijke rituelen en feestdagen. Kerstmis, sinterklaas of Nieuwjaarsdag worden door sommige humanisten gevierd, weer anderen vieren deze dagen niet. Internationaal is wel geprobeerd om een Internationale Wereld Humanisme Dag te introduceren op 21 juni, de langste dag, als tegenhanger tegen het christelijke feest van de kortste dag, Kerstmis. Slechts in een paar landen is dat enigszins aangeslagen. Humanistische varianten op het belijdenis doen of het kerkelijk huwelijk, die in bijvoorbeeld Noorwegen erg populair zijn, zijn in Nederland nooit goed van de grond gekomen. Wel bestaat er hier humanistische uitvaartbegeleiding en relatieviering, waarbij niet een dominee of pastoor, maar een humanistisch geestelijk raadsman of -vrouw de begrafenis, crematie of viering leidt. Dat in Nederland eigen humanistische rituelen niet veel gepraktiseerd worden, heeft waarschijnlijk te maken met de traditie van tolerantie en het feit dat al eeuwenlang verschillende levensovertuigingen gedwongen zijn geweest naast elkaar samen te leven. In landen waar één godsdienst dominant was, is de weerstand tegen het humanisme vaak veel feller en reageren de humanisten zelf ook weer veel fanatieker, bijvoorbeeld door erg te hechten aan eigen rituelen.

Lijden en dood
Jaap van Praag en ook Leo Polak[16] hebben betoogd dat juist omdát de dood er is, de mens gestimuleerd kan worden om zijn leven een zinnige invulling te geven. Ook ligt er in wat de mens aan anderen nalaat een stuk vervulling. Maar erkend moet worden, dat het bestaan te allen tijde een leven naar de eigen dood toe is, waaraan elk bestaan op ieder moment onderworpen is. Alleen als een mens hiervan doordrongen is, kan hij het beleven in zijn unieke onherhaalbaarheid. In dit licht bezien is de idee van de onsterfelijkheid niet eens zo'n bezielend perspectief als een leven zonder noodzaak, waarin elke uitdaging tot in de eeuwigheid nog een keer beantwoord kan worden. De zin van de dood ligt in de eindigheid van het leven met zijn onvermijdelijke leed, zijn onwaardeerbare vreugden en zijn onherhaalbare ontplooiing. In die ontplooiing ervaart het zelf de betrokkenheid op iets wat dat zelf te buiten gaat: gezin, vriendenkring, werk en cultuur, waarin een duurzame vorm van leven zich kenbaar maakt. En daarin zit een stuk zingeving, zelfbestemming over de grenzen van het zelf heen, functionaliteit in een omvattender geheel, die mensen met de eindigheid kan verzoenen, zelfs als ze hun rol maar matig hebben vervuld. Opnieuw dient zich de aanvaarding van het zelf aan, niet als een optelsom van goede en kwade eigenschappen, maar als een unieke schakel in een netwerk. Zij kan de eindigheid van het bestaan vullen met intensiteit, creativiteit en bestemming, waaraan het besef kan ontspringen niet voor niets te hebben geleefd[17].' Naast deze statements over dood en lijden zie je in de humanistische traditie (o.a. Montaigne) ook een (persoonlijke) zoektocht naar de betekenis er van en een zich trachten te verhouden tot deze aspecten van het leven. En daarover in dialoog met anderen te gaan.

Sociaal beleid
Als sociaal betrokken mensen en politici die handelen als wereldburgers, willen humanisten sociale en economische processen en vooral de economische ongelijkheid kritischer aanpakken. Humanisten plaatsen het economische beleid van het westen in mondiaal perspectief. Ze ondernemen actie om welvaart, rechten en plichten gelijkelijk over de wereld te verdelen. Schulden aan het westen dienen totaal te worden kwijtgescholden. Werken in het economische systeem geeft kritische burgers onvoldoende zin. Volgens humanisten kunnen we beter de levenskwaliteit centraal stellen en de excessen van het prestatie-ethos afbouwen. Sociale verbanden en onbetaalde arbeid dienen meer ruimte te krijgen.

Pluriformiteit en universaliteit
Vrede en veiligheid in de wereld vergen een rechtvaardige spreiding van kennis, macht en middelen, en het tegengaan van uitsluiting. De internationale verhoudingen verdienen volgens humanisten daarom een democratische grondslag. Mensen en politici dienen hun vijandbeelden te relativeren. Humanisten maken zich sterk voor het universele karakter van morele waarden, te beginnen met mensenrechten. Dat betekent dat ze ook vinden dat Nederland de plicht heeft om samen met de internationale gemeenschap politieke vluchtelingen te helpen. En dat ze via sociale en levensbeschouwelijke organisaties praktische en morele steun willen bieden, plaatselijk en op wereldschaal. Humanisten willen actief een brug naar vreemden uit andere culturen en religies slaan, en zelfonderzoek doen naar vooroordelen op grond van de eigen cultuur. Het sociale beleid zou volgens humanisten dan ook niet meer moeten uitgaan van achterstanden of voorrang, maar van diversiteit. Humanisten willen dat de internationale gemeenschap het monopolie op (terughoudende) toepassing van geweld krijgt, onder voorwaarde van democratische goedkeuring en controle. Geweldsacties dienen vanaf het begin vergezeld te gaan van humanitaire opvang van slachtoffers. Nederland zou zich moeten inzetten voor de oprichting van HUMAN-UN, een krachtige humanitaire organisatie van de Verenigde Naties. Voor humanisten zijn de basiswaarden van de westerse democratische rechtsorde en de universele rechten van de mens niet bespreekbaar.

Onderwijs
'In een samenleving vol pluriformiteit willen humanisten dat ook scholen pluriform zijn, toegankelijk voor iedereen. Scholen staan voor de taak kinderen te onderrichten in gelijkwaardigheid en diversiteit, in een open dialoog met alle levensvisies. Hiertoe is onderwijs vanuit één godsdienst niet in staat; zulk onderwijs is strijdig met basiswaarden zoals geestelijke vrijheid en tolerantie.' 'Om kinderen voor te bereiden op de 21e eeuw, stellen humanisten het vak sociaal-ethische oriëntatie verplicht als basisvak op alle scholen. Daarnaast gaan alle scholen pluriforme levensbeschouwelijke vorming geven. Dat dient net als andere vakken uit de onderwijsmiddelen bekostigd te worden.'

Zorg
'Ouders en kinderen verdienen naar behoefte ondersteuning bij de steeds complexere vragen rondom opvoeden en opgroeien.' 'Westerse middelen voor gezondheidszorg hebben meer effect als we ze inzetten voor steun aan basisgezondheidszorg in arme landen. Aan de voortdurende verfijning van medische technieken uit het westen mogen we een grens stellen. Betrokkenheid bij levenskwaliteiten, ook van vreemden, vraagt volgens humanisten om het delen van zorg en zorgkennis over de wereld.In de 21e eeuw moeten we volgens humanisten kwaliteit van leven boven kwantiteit stellen. Zorgers, verzorgden en de zorgsector moeten meer werken aan een menswaardige zorg, en zorgafhankelijkheid bestrijden. De regie over het eigen leven en het eigen levenseinde staat centraal[18].'

Humanisme en Humanistiek

Hierboven is een omschrijving gegeven van een humanistische levensbeschouwing. Maar hoe verhoudt deze zich nu tot het begrip humanistiek? Men zou kunnen zeggen dat humanistiek de wetenschappelijke studie naar humanisme is. Het bestuderen van dat humanisme is naast een intellectuele bezigheid ook een vormende bezigheid. In de humanistiek wordt het menselijk bestaan in het licht van humanistische tradities bestudeerd. Vragen naar de zin van het leven en existentiële ervaringen staan daarbij centraal. Verschillende filosofische en wetenschappelijke disciplines vormen samen met (beroeps)praktijken de basis van deze discipline[19]. Je zou kunnen zeggen dat dit artikel een voorbeeld is van de wetenschappelijke discipline humanistiek.


Geraadpleegde literatuur



afdrukken
   

<terug | agenda | publicaties | zoeken | sitemap | contact | disclaimer