|
In lessen levensbeschouwing worden deze vragen besproken en worden leerlingen ook geconfronteerd met antwoorden en ervaringen van anderen. Op die manier draagt het vak bij aan een verdiepte kijk op zichzelf, op anderen, op de eigen geschiedenis en de toekomst van de samenleving.
In de lessen levensbeschouwing is het vertrekpunt niet één bepaalde levensbeschouwing maar de leerling zelf, die zoekt naar een leidraad om zijn leven goed te leiden. Reflectie op levensdoelen en levenservaringen van individuele leerlingen is daarom belangrijk in het vak. De jongere leert zijn persoonlijke levensbeschouwing bewust in te vullen, te verdiepen en desgewenst te vernieuwen.
Kenmerkend voor het vak is dat pluriformiteit, anders zijn en diversiteit erkend worden. Alles mag gezegd en gedacht worden binnen de les, het is een werkplaats voor eigen verkenningen. De leerling is subject van zijn eigen leerproces. Levensbeschouwing is een sociaal vak en heeft een ontmoetingskarakter. Zowel leraar als leerling zijn deelnemers in de dialoog. Uitgangspunt is de relatieve autonomie van de mens en zijn individualiteit die gericht is op verbondenheid met anderen. Levensbeschouwing is narratief en op beleving gericht. Het gaat in het vak om authentieke verhalen.
|