|
Context In 2004 heeft het Centrum voor Kinderfilosofie een Delphionderzoek uitgevoerd met als centrale kwestie hoe kinderfilosofie in Nederland verder ontwikkeld zou moeten worden. Er bleek genoeg belangstelling vanuit het onderwijsveld maar het duurzaam ontwikkelen van kinderfilosofie in een groep of school blijkt lastig te kunnen zijn. Deze constatering heeft geresulteerd in dit fijne boek. Er is gewerkt met acht leraren die zich hadden aangemeld met een vraag voor ondersteuning. Een viertal mensen hebben deze docenten begeleid. De gezamenlijke zoektocht is in dit boek op zodanige wijze beschreven dat docenten of studenten aan bijvoorbeeld de pabo er hun eigen zoeken in kunnen herkennen en ook verder op weg worden geholpen. Het boek is dan ook nergens belerend maar eerder handreikend en enthousiasmerend zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Structuur en Inhoud Concreet betekent dit dat de verhalen van de acht leraren en de vragen die ze zich stelden, als uitgangspunt zijn genomen. Vervolgens worden hieraan reflecties verbonden en suggesties gedaan. De vragen zijn verwoord in de titels en ondertitels. Als lezer betekent dit dat je het boek ‘kris-kras’ kan lezen op basis van je eigen vragen. Als je het boek van voor naar achter leest, dan komen de volgende vier onderdelen aan de orde: In deel 1 ‘De Bodem’ wordt besproken wat filosoferen met kinderen is. Het belang van het filosoferen wordt vanuit de positie van de leraar, de kinderen, de samenleving, de filosofie en de school besproken. Als laatste wordt er in dit deel een methodiek aangereikt, waarmee je als beginnend docent binnen de noodzakelijke vrijplaats een structuur kan inbrengen die de inhoud van het gesprek ten goede komt. In deel 2 ‘Het Begin’ wordt nader ingegaan op het starten van een filosofisch gesprek. Hoe kun je je voorbereiden (als je van tevoren nooit weet welke kant het gesprek op kan gaan)? In 3 ‘De Verdieping’ wordt nader ingegaan op de pedagogische verantwoordelijkheid van de docent en de open niet-wetende houding van de docent als noodzaak. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van wat een gesprek nu een filosofisch gesprek maakt, genoemd. Een vraag voor veel docenten is: Hoe krijg ik diepgang in mijn gesprekken? Hiervoor wordt een aantal mogelijke interventies, die vooral bestaan uit het goed kunnen doorvragen en op de juiste wijze kunnen aanmoedigen, besproken. Deel 4 ‘En Verder’ behandelt het op een zorgvuldige wijze afronden van de gesprekken. Om de kwaliteit van je gesprekken te evalueren wordt een instrument aangereikt. Ten slotte wordt de uitbreiding van het filosoferen van je eigen klas naar de gehele school besproken. Er worden hier verschillende facetten besproken, die het invoeren van Filosoferen met kinderen als een vast onderdeel van het lesprogramma succesvol kunnen maken.
Aan de slag Ik ben zelf erg enthousiast over het boek. Net als de mensen die ik tot nu toe hierover heb gesproken overigens, dit waren voornamelijk cursisten van ‘ScherpZinnig! Leren filosoferen met kinderen’ en studenten aan de lerarenopleiding humanistisch vormingsonderwijs en levensbeschouwing. Binnen die opleiding wordt dit een boek een vast onderdeel van het programma. Voor docenten levensbeschouwing is het belangrijk om leerlingen te kunnen begeleiden in het gezamenlijk op een open en kritische wijze onderzoeken van levensvragen en morele dilemma’s. Wel wil ik nog een kanttekening plaatsen bij het boek. Het feit dat filosoferen vaak spaak loopt, heeft mijn inziens ook te maken met het niet filosofisch geschoold zijn van de meeste leraren. Als dit namelijk wel het geval is, is het veel makkelijker om kwesties ook werkelijk filosofisch te benaderen en de potentiële rijkdom in het gesprek te herkennen. Zie hiervoor bijvoorbeeld het artikel van Karel van der Leeuw ‘Filosofie in kaart gebracht’ in de APS-map ‘Verwonderd stilstaan’. Misschien is het nog wel eens leuk om hier een (vervolg)boek over te schrijven. Als laatste wil ik nog kwijt dat ik het meest heb genoten van de verslagjes van de gesprekken van de leerlingen in het boek. Wat zijn kinderen en hun ideeën toch geweldig. En eigenlijk is dát waar dit boek enorm toe aanspoort: ga aan de gang en geniet. Laat je niet uit het veld slaan. Het is meer dan de moeite waard om met kinderen dit avontuur aan te gaan!
José Krijnen oktober 2007
Lees hier meer over het boek
|