|
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat door wegvallende gemeentelijke subsidies en de toegenomen kwaliteitseisen als gevolg van de Wet Beroepen in het Onderwijs het godsdienstonderwijs en het levensbeschouwelijk of humanistisch vormingsonderwijs aan openbare scholen onder grote druk staan;
overwegende, dat de samenwerkende organisaties inzake het Godsdienstig en Humanistisch Vormingsonderwijs het initiatief hebben genomen om de continuïteit van dit onderwijs aan openbare scholen te waarborgen en de kwaliteit te versterken;
overwegende, dat de Onderwijsraad heeft geadviseerd daarvoor een landelijke werkgeversorganisatie in te richten en heeft geoordeeld dat daaraan de bekostigingsproblematiek onlosmakelijk is verbonden en er geen principiële argumenten zijn die rijksbekostiging onmogelijk maken;
van oordeel, dat het godsdienstonderwijs en het levensbeschouwelijk of humanistisch vormingsonderwijs bijdragen aan een actiefpluriform openbaar onderwijs en aan sociale integratie en burgerschap;
van oordeel, dat daarom voor het godsdienstonderwijs en het levensbeschouwelijk of humanistisch vormingsonderwijs ook een vorm van rijksbekostiging gewenst is;
verzoekt de regering, uiterlijk voor de Voorjaarsnota 2007 in overleg met de samenwerkende organisaties een voorstel tot een vorm van rijksbekostiging van de docenten godsdienstonderwijs en het levensbeschouwelijke of humanistische vormingsonderwijs te ontwerpen en aan de Kamer voor te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
|