nieuws
 
HVO
nieuws
India in 10 dagen: over critical thinking en kinderarbeidvrije dorpen
HVO
nieuws 
nieuwsarchief 2012 
nieuwsarchief 2011 
nieuwsarchief 2010 
nieuwsarchief 2009 
nieuwsarchief 2008 
nieuwsarchief 2007 
nieuwsarchief 2006 
Een reisverslag van HVO
 
 
Vrijdagochtend 27 oktober 05.00 uur: de wekker gaat. Eigenlijk heb ik de hele nacht niet geslapen, zó zenuwachtig ben ik voor de reis. De laatste dingen nog ingepakt en om kwart voor zeven met de trein naar Schiphol. Bij Amersfoort blijkt dat de trein niet naar Schiphol gaat, ik moet over Utrecht en Duivendrecht reizen. Bij Duivendrecht blijkt dat ik via Amsterdam CS moet. Al met al kom ik een uur later dan gepland op Schiphol aan. José heeft mij inmiddels - terwijl ik nog in de trein zat - gebeld. Op Schiphol kan ik José niet vinden. Ik bel haar herhaaldelijk op haar mobiele nummer maar krijg steeds de voicemail. Het zal toch niet zo zijn dat ik mijn collega op Schiphol al misloop…?
Eíndelijk vind ik haar, gewoon op de afgesproken plek natuurlijk. Overal gekeken, behalve daar. Achteraf blijkt dat ik het nummer heb gebruikt van haar oude gsm, die al een jaar geleden ter ziele is gegaan. Een niet geheel vlekkeloos begin van de reis dus.

Vrijdagnacht 01.00 uur: aankomst in Hyderabad, India. Na de paspoortcontrole en het ophalen van de bagage zijn we twee uur verder. Nu even geld pinnen, dachten we, zoals verwende westerlingen dat gewend zijn: geld trek je uit de muur. Maar helaas, in een toch behoorlijk grote stad als Hyderabad, met zo’n 5 miljoen inwoners, is het niet mogelijk op het vliegveld geld uit de muur te trekken. Bovendien is ’s nachts het geldwisselkantoor niet open. Het hotel zou niet ver van het vliegveld zijn, maar hoe ver precies? We hebben geen idee. Uiteindelijk besluiten we een taxi te nemen. Er is een vriendelijke chauffeur die ons wel voor 10 euro naar het hotel wil brengen. Tegen drieën verlaten we het vliegveld. Na een korte rit komen we veilig in het hotel aan en kunnen we lekker gaan slapen.

Eerste indrukken
Zaterdag 28 oktober: we begrijpen nu waarom onze taxichauffeur van vannacht zo vriendelijk was. Het hotel ligt ongeveer 500 meter van het vliegveld vandaan en 10 euro is ongeveer 530 rupia. Deze dag betalen we voor een rit van 20 minuten 100 rupia.
Na een goed ontbijt zijn we eerst een bank gaan zoeken om geld op te nemen; nu verkennen we de straatjes in de buurt van het vliegveld. Het verkeer in India is net een heksenketel; alles rijdt door elkaar en er wordt voortdurend getoeterd. In de straten zijn veel gaten en bij regen is het er blubberig. José begint met haar werk als fotografe. We hebben ons voorgenomen met veel foto’s van deze reis thuis te komen. Dan kunnen we een mooie presentatie geven en hebben we meteen een ruime keuze bij het vervaardigen van nieuw onderwijsmateriaal.

Achter het hotel zijn mensen aan het werk met de bouw van een flat. Een vrouw van een jaar of dertig is de hele dag bezig om zakken zand van ongeveer 25 kilo op haar hoofd te verplaatsen van de ene hoop naar de andere hoop, een paar honderd meter verderop. Ook zien we kinderen cement maken en stenen sjouwen. Het lukt niet om hen op de foto te krijgen. Het flatgebouw wordt gestut met houten steigers. Op de vierde verdieping zijn mensen aan het werk zonder dat er veiligheidsmaatregelen genomen zijn. Op een gegeven moment valt het ons op dat het gebouw op de onderste verdieping is afgeplakt met plastic en dat daar allemaal mensen met kleine kinderen rondlopen. Later wordt ons duidelijk dat de bouwvakkers met hun gezin in het gebouw in aanbouw wonen. Elke keer als een gebouw wordt opgeleverd, vertrekken ze weer naar een volgende locatie. Op deze manier wonen ze bij hun werk.

Ons eerste tochtje door de straten van Hyderabad is spectaculair: drie volwassen mannen samen op één brommer, elektriciteitsdraden die als een verwarde kluwen boven de straat hangen en kinderen die met steentjes op straat midden tussen de plassen zitten te spelen. Het lijkt een echt spel met spelregels, een soort bikkelen.

In de middag reizen we per trein van Hyderabad naar Vijayawada zo’n 350 kilometer verderop, een reis van zes uur met de trein. Op het treinstation van Hyderabad maken we kennis met een voor ons nieuw fenomeen. Zodra we op het station ons gezicht laten zien, komt een aantal kinderen die om geld bedelen, op ons af. Een meisje van een jaar of acht met een baby van een half jaar op haar arm tikt ons voortdurend op de knie en houdt haar hand op voor geld. De vraag die mij vanaf dat moment steeds bezig houdt, is: moet je geld geven? Je helpt dan mee aan het in stand houden van het systeem en er bestaat een grote kans dat er steeds meer kinderen komen. Geef je niets, dan voel je jezelf een egoïstische rijke westerse vrek. Later in de week komen we Indiase mensen tegen, die ons vertellen dat je beter geen geld kunt geven omdat de kinderen meestal door volwassenen op pad gestuurd worden en zelf waarschijnlijk niets van het geld krijgen. Dat was een beetje een troost voor me, maar echt goed voelde het niet.

Atheïst centre in Vijayawada
Het congres van de IHEYO (International Humanist Ethical Youth Organisation), waarvoor José en ik als workshopbegeleider waren uitgenodigd, heeft als thema ‘critical thinking and free inquiree in education’. De plaats van samenkomst is het Atheïstisch Centrum in Vijayawada. Dit centrum werd opgericht in 1940 door de heer Gora, een Indiër die zichzelf atheïst noemde. Bij het centrum is een ziekenhuis gevestigd en verder is er een congreszaal, een eetzaal en een twintigtal tweepersoonskamers. Op het terrein wonen de nazaten van Gora, die het centrum draaiende houden.
De sfeer op het centrum is erg goed. Hier wonen en werken mensen met idealen, die ook echt nageleefd worden. Een van de idealen van Gora was het doorbreken van de kastenmaatschappij. Hiervoor organiseerde hij diners, waarbij mensen van verschillende kasten uitgenodigd werden. Zijn kinderen mochten ook trouwen met partners uit een andere kaste. Daarnaast werkte Gora samen met Gandhi; veel van hun idealen kwamen overeen. Nog steeds werken en leven de mensen van het Atheïstisch Centrum volgens de idealen van Gora.

Het congres
Op het congres zijn ongeveer vijfenveertig deelnemers uit acht verschillende landen aanwezig, voornamelijk studenten of jongerenwerkers; slechts een klein aantal is leraar.
Op de eerste ochtend doen we kennismakingsspelen, die erg leuk zijn. Het eerste spel bestaat uit een frisbee overgooien en daarbij je naam en land zeggen. Bij het tweede spel moet de frisbee overgegooid worden en de naam en het land benoemd worden van degene, waar de frisbee naartoe gegooid wordt. Een stuk moeilijker met al die vreemde namen. Bij het derde spel loopt iedereen door de ruimte en moet je op een teken van de spelleider op de grond gaan zitten met de ogen dicht. Dan gooit de spelleider een laken over iemand heen, waarna iedereen de ogen weer mag openen en met elkaar moet ontdekken wie er onder het laken zit. Door deze spelen is het ijs meteen gebroken en is een gemoedelijke sfeer ontstaan.
De eerste avond is er een culturele avond. Alle deelnemers hadden de vraag gekregen iets mee te nemen uit het land van herkomst en op deze avond laten we dat allemaal aan elkaar zien, horen en proeven. Erg gezellig en goed voor het onderlinge contact!
 
De volgende dag volgt het meer serieuze deel van het congres met inleidingen over een kritische manier van omgaan met waarden en normen, over tovenarij en hekserij, over filosoferen, over de didactiek van hvo en over spel als methode om kritisch denken en handelen te stimuleren. In India is een kritische instelling ten opzichte van wat aangeboden wordt op het gebied van geloof, bijgeloof en kennis geen overbodige luxe. De mensen zijn heel bijgelovig; zo geloven zij vaak in heksen en tovenaars. Als iemand beschuldigd wordt van hekserij, zijn de gevolgen voor de betrokkene desastreus. Tongen worden uitgesneden, tenen geamputeerd en soms verliest iemand zelfs zijn leven.
Eén van de oorzaken van het geloof in heksen en tovenaars is het feit dat veel mensen en kinderen in India niet geschoold zijn. Om deze praktijken het hoofd te kunnen bieden is het erg belangrijk dat kinderen naar school gaan. Hier kunnen ‘critical thinking and free inquiree’ worden gestimuleerd, zodat mensen leren voor zichzelf te denken.

In de workshops krijgen de deelnemers de gelegenheid om zich te bekwamen in de hvo-didactiek, in filosoferen en in spel. Gaandeweg wordt duidelijk hoe moeilijk het is om elkaar te verstaan en vooral ook om elkaar te begrijpen. Verder begeleiden we de deelnemers bij het bedenken en ontwerpen van educatief materiaal. De thema’s die de deelnemers uitwerken, zijn discriminatie, bijgeloof, gender, humanisme als levensbeschouwing, seksualiteit, kinderrechten, mensenrechten en media.

De projecten en scholen
In de loop van de volgende dagen bezoeken we een aantal projecten en scholen.
- Een tuinproject waarbij een aantal vrouwen gratis een stuk grond toegewezen hebben gekregen, met daarbij planten en zaaigoed voor tuinbouw. De opbrengst mogen ze zelf houden. De enige tegenprestatie die gevraagd wordt, is dat ze een groep andere vrouwen begeleiden bij het opzetten van eenzelfde project. Op deze manier breidt dit project zich als een olievlek uit.
- Een waterproject waarbij een groot waterbassin is aangelegd, zodat de rijstvelden ook in de droge tijd voorzien kunnen worden van water.
- Een medische post en een soort coöperatief leensysteem in een klein dorpje met ongeveer 300 inwoners. De medische post bestaat uit een kast, waarin vijf soorten medicijnen opgeslagen zijn. Elk doosje heeft een kleurcode, die voor bepaalde klachten staat. Zo zijn de medicijnen in het doosje met de rode code tegen hoofdpijn en die met de gele code tegen darmklachten. Er wordt nauwkeurig bijgehouden wie welke medicijnen krijgt en de patiënt tekent voor ontvangst, meestal met een vingerafdruk omdat de meeste oudere inwoners van het dorp niet kunnen lezen en schrijven. De coöperatieve bank werkt als volgt: de afgelopen vijf jaar spaarden de volwassen inwoners van het dorp iedere maand een aantal rupia. Als één van de inwoners een investering wilde doen, kon een geldlening worden aangevraagd bij de ‘bank’. Alle deelnemers aan de bank besloten met elkaar of het een goede investering was. Een goede investering kan uit het gezamenlijk gespaarde geld geleend worden. De investeerder moet het geleende geld via de maandelijkse inleg terugbetalen. Op deze manier is het mogelijk gemaakt dat de inwoners voor zichzelf kleine bedrijfjes kunnen opzetten.
- Een basisschool waar kinderen uit de omgeving naartoe gaan. De afstand tot deze school is maximaal een half uur tot drie kwartier lopen vanaf de woonplaats van de leerlingen. Er is een kleutergroep voor kinderen van drie tot en met vijf jaar. Het lokaaltje is erg klein voor de ongeveer veertig kleuters. Toch gaat het heel goed, omdat iedereen op de grond zit en werkt. Ook wordt er veel buiten gespeeld en gewerkt. De leerlingen werken net als bij ons in groepen. Er kan worden getekend, gekleid, gepuzzeld en met constructiemateriaal worden gebouwd. Verder wordt er veel gezongen, voorgelezen en gespeeld. Mijn kleuterleidstergevoelens worden spontaan gewekt door in deze groep te zijn.
Er is weinig materiaal, want het beschikbare materiaal moet over verschillende scholen verdeeld worden. Het hele project omvat ongeveer 6000 mensen; daarvan is een groot aantal nog kind. In de hogere klassen krijgen de leerlingen lees- en schrijfonderwijs en wordt er gerekend, net als in het basisonderwijs in Nederland.
- Een middelbare school waar de leerlingen met z’n drieën of vieren in echte ouderwetse schoolbanken zitten. Omdat er te weinig banken zijn, zitten ongeveer zes leerlingen voor in de klas op de grond. Met de leerlingen wisselen we enkele woorden uit, want zij leren engels. De wiskundeleraar van deze klas kennen we al omdat hij deelnemer was aan het IHEYO-congres. Het is fijn te zien hoe geliefd hij bij zijn leerlingen is. Deze middelbare school, waar leerlingen tot en met zestien jaar naar toe kunnen, is enorm gegroeid. Door het gebrek aan ruimte is er zelfs een verdieping bovenop gebouwd.
Op het platte dak van de school maken we een vergadering van een jongerenraad mee. Hierin zitten leerlingen uit verschillende dorpen en van verschillende leeftijden, tussen de twaalf en zestien jaar. Zij bespreken de problemen in hun dorp en zoeken met elkaar naar oplossingen.
Het bezoek aan de verschillende projecten en scholen is een leerzame ervaring en geeft me het gevoel dat er in India veel potentie aanwezig is.

MV Foundation en HIVOS
José en ik zouden ook enkele projecten bezoeken waar HIVOS als partner aan deelneemt. De keus is gevallen op de projecten van MV Foundation. Deze organisatie is gevestigd in Hyderabad en werkt vooral in het Ranga Reddy-district in de staat Andhra Pradesh. Het doel van de MV Foundation is zoveel mogelijk kinderen die kinderarbeid verrichten, uit deze situatie te halen en ervoor te zorgen dat de kinderen naar school gaan. Als in een bepaald district veel kinderen werken, betekent dit dat er voor de volwassenen geen werk is. Zij kunnen daardoor niets verdienen waardoor de verleiding om de kinderen naar het werk te sturen groot is en het probleem van kinderarbeid blijft bestaan. MV Foundation benadert de kinderen in de dorpen om hen te bewegen naar school te gaan; tegelijkertijd worden hun ouders en werkgevers benaderd. Verder worden in de dorpen vrouwengroepen, jeugdgroepen en gekozen vertegenwoordigers op lokaal en regionaal niveau benaderd om alle betrokkenen op één lijn te krijgen. Dit alles met als doel ervoor te zorgen dat kinderen fulltime naar school kunnen. Ze doen dit onder meer door inzicht te geven in de rechten en behoeften van kinderen om te mogen leren en spelen. Op werkgevers en bestuurders wordt daarbij een moreel appèl gedaan.
Deze benadering is heel succesvol. In 1992 deden 15 dorpen mee aan het project, in 1993 waren dat er al 42. In het jaar 2000 waren 201 dorpen kinderarbeidvrij. En dit aantal groeit gestaag.

Wij bezoeken een klein dorpsschooltje dat uit twee klassen bestaat. De hoofdonderwijzer vertelt me dat het soms een probleem is om de ouders te motiveren hun kinderen elke dag naar school te sturen. Sommige ouders vergeten dat gewoon; ze zijn zelf ook niet naar school geweest en de regelmatige schoolgang zit niet in hun leven ingebakken.
De leerlingen van het schooltje voeren voor ons een mooie dans en een toneelstukje op. De leraren hebben soms wel moeite om de ouders ervan te overtuigen dat zingen, dansen en (toneel)spelen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van hun kinderen en helemaal horen bij het naar school gaan. Tijdens ons bezoek zijn ook veel ouders aanwezig en dat geeft soms komische situaties. Vaders die vooraan gaan zitten om ons goed te kunnen zien en om op de foto te komen, waardoor we de kinderen niet meer kunnen zien. Met zachte drang zijn ze wel bereid om een beetje plaats te maken voor de kinderen. Bij ons afscheid worden we haast dankbaar omhelsd. We voelen ons hierdoor wel enigszins opgelaten en beseffen hoe verwend we zijn.

Ook wonen we nog een vergadering van het bovenschools management bij. In een klein kantoortje komen ongeveer 15 directeuren van verschillende scholen uit de omgeving bij elkaar om met ons van gedachten te wisselen over onderwijs. Halverwege de vergadering valt de stroom plotseling uit en is het donker in het kantoortje. De temperatuur loopt langzaam op. Dat blijkt geen probleem te zijn, er wordt gewoon verhuisd naar de ruimte ernaast waar de deur open staat. Zo hebben we toch licht en is het iets minder benauwd. Na een klein uurtje gaat het licht weer aan. Niemand reageerde, waar ik uit opmaak dat dit wel vaker gebeurt.

‘Bridge-school’
Om ook kinderen die een aantal schooljaren gemist hebben door kinderarbeid te verrichten, te kunnen laten instromen op een gewone school organiseert MV Foundation de zogenaamde ‘bridge-school’. Op deze school worden de kinderen in anderhalf jaar zóver onderwezen, dat zij kunnen instromen op een gewone basisschool in de klas die past bij hun leeftijd. Deze ‘bridge-school’ is een vierentwintiguursschool. De leerlingen slapen op school en krijgen drie maaltijden per dag. Dit is meestal meer dan zij kregen toen ze nog kinderarbeid verrichtten. De leerlingen kunnen ten allen tijde een beroep doen op hun leraren, ook al is het midden in de nacht. Ze kunnen bij hen altijd over hun problemen praten, want de leraren slapen ook op school. De leerlingen gaan één keer per maand naar huis en vertellen daar andere kinderen over hun school, waardoor deze vaak weer gemotiveerd raken om ook te komen.
Wij zijn zeer onder de indruk van de sfeer op deze school, zo vriendelijk en behulpzaam. De leerlingen zien er ontspannen uit en hebben duidelijk plezier in het onderwijs dat zij krijgen. De filosofie van de school is: geen straf en druk uitoefenen, niet schreeuwen en naast leren ook veel tijd aan spel, toneel en zingen besteden.
De verhalen die de kinderen ons vertellen over hun werksituatie voordat ze naar deze school kwamen, zijn vaak schrijnend. Sommigen zijn als herder werkzaam geweest en moesten de hele dag met een kudde op stap. Met een beetje geluk kregen ze ’s avonds nog wat overgebleven eten van de baas. Anderen werkten op katoenplantages en weer anderen in de huishouding van het eigen gezin of van een werkgever. Ook spreken we een jong meisje dat al vijf jaar op straat had geleefd en als bagagedraagster bij een station werkzaam was. Ze waste zich dan één keer per week in een goedkoop badhuis en probeerde elke dag haar kostje bij elkaar te scharrelen. Zij is nog maar een week op deze school. Na twintig dagen beslissen de kinderen of ze willen blijven. Dan begint het echte programma van leren en spelen.

Een groot probleem is het zogenaamde ‘bounded labour’, dat staat voor een slavenbestaan. Als ouders schulden hebben die niet kunnen worden afbetaald of als een gezin geld voor iets nodig heeft, wordt een van de kinderen uit het gezin aan de geldschieter ‘verkocht’. Dit kind moet dan tegen kost en inwoning voor deze baas werken.
Veel van de kinderen die een ‘bridge-school’ bezoeken, stromen door naar een gewone basis- of middelbare school. Helaas zijn er ook kinderen die na het verlaten van de school direct gaan trouwen. Dit is een ander probleem dat in deze streek van India veel voorkomt, de zogenaamde ‘early child marriages’. MV Foundation wil de komende tijd extra aandacht aan dit probleem besteden.

Terug in Nederland
Zaterdag 10 november: helemaal vol van alle indrukken komen we tien dagen na ons vertrek naar India weer terug op Schiphol. Ik ben dolgelukkig met het ordelijke verkeer in Nederland en de rust die er op Schiphol heerst.
Na deze reis vind ik het nog belangrijker dat mensen in Nederland horen en zien hoe het in India gaat. Hoe HIVOS de mensen in India ondersteunt om de kinderen een betere startpositie in hun leven te geven. Straks dus aan de slag om alle waardevolle indrukken om te zetten in bruikbaar onderwijsmateriaal voor hvo, zodat we leerlingen kunnen laten zien en ervaren hoe kinderen in India leven en wat belangrijk voor hen is.

Tryntsje de Groot, mede namens José Krijnen,
onderwijskundig medewerkers van de Stichting HVO



afdrukken
   

<terug | agenda | publicaties | zoeken | sitemap | contact | disclaimer